Ho even, EN 301 549 (er)kent non-interferentie criteria?
Sinds november 2020 werk ik in toegankelijkheid en sinds begin dit jaar doe ik dat bij Level-Level. Maar nog steeds leer ik nieuwe dingen. Pre-2026 wist ik niet beter dat de Europese toegankelijkheidsstandaard non-interferentie criteria niet kende en niet gebruikte, wat wel het geval is bij de WCAG. Wat blijkt: de EN kent het wel. Laten we erin duiken!
Wat zijn non-interferentie criteria?
De Richtlijnen voor Toegankelijke Webcontent (WCAG) bevat een gedeelte over conformiteit (voldoen aan de succescriteria) en de eisen die eraan gesteld worden. Een van de eisen is non-interferentie. WCAG legt uit wat ermee bedoelt wordt:
Als technologieën gebruikt worden op een manier die niet door toegankelijkheid ondersteund wordt of als ze gebruikt worden op een niet-conforme manier, dan blokkeren ze niet het vermogen van de gebruiker om de rest van de pagina te bereiken.
(Paragraaf 5.2.5 Non-interferentie uit WCAG versie 2.2, Nederlandse versie)
De volgende succescriteria zijn bestempeld als non-interferentie criteria:
- 1.4.2 Geluidsbediening;
- 2.1.2 Geen toetsenbordval;
- 2.3.1 Drie flitsen of beneden drempelwaarde;
- 2.2.2 Pauzeren, stoppen, verbergen.
Dat betekent dat als bij het testen van een van deze vier criteria blijkt dat een bezoeker de rest van de pagina niet kan bereiken en gebruiken, je mag stoppen met testen. Want dit betekent dat de site die je test non conform is en dus niet voldoet.
De EN 301 549 kent het niet…
In Europa gebruiken we sinds 2016 de EN 301 549 standaard. Deze wordt gebruikt bij de Web Accessibility Directive (WAD), dat toegankelijkheid verplicht bij overheid en publieke organisaties, en bij de European Accessibility Act (dat toegankelijkheid verplicht bij aanbod van digitale producten en diensten). Het baseert zich op WCAG, maar heeft ook eigen criteria die veel verder gaan dan WCAG.
Als we in de standaard kijken naar het hoofdstuk over het vaststellen van conformiteit (Annex C), zien we het niet terug. Bij de procedures wordt er niet over gerept en ook bij de resultaten is het binair: iets voldoet, of voldoet niet.
Hierdoor kan de indruk ontstaan dat de standaard het concept van non-interferentie niet kent. Maar het ligt ingewikkelder dan dat!
… maar de EN 301 549 kent non-interferentie wel degelijk!
Het zit hem in de details. In versie 3.2.1 werd in annex C expliciet verwezen naar het succescriterium van WCAG, bijvoorbeeld bij 9.1.1.1 Non-text content of 9.2.1.2 No Keyboard trap om te checken of het voldeed ja of nee. En die laatste is een non-interferentie, weet je nog? Daarnaast wordt in hoofdstuk 9.6 non-interferentie specifiek benoemd. Tegenargument: in hoofdstuk 14 (wat over conformiteit gaat) wordt het niet genoemd. Conclusie: niet echt een duidelijke situatie.
In versie 4.1.1, gepubliceerd op 25 augustus 2026, is dit rechtgetrokken.
- in hoofdstuk 9.6 is er niks veranderd.
- hoofdstuk 14 is flink uitgebreid met eisen voor conformiteit en non-interfentie wordt nu specifiek benoemd. Zoals ik het nu interpreteer, is het gelijkgetrokken met WCAG: faalt een non-interferentie criterium en is het blokkerend, is het stoppen met testen.
- in Annex C wordt nu regelmatig verwezen naar hoofdstuk 9.6.
En dat is nog niet alles, EN 301 549 heeft nog meer non-interferentie criteria!
De non-interferentie criteria in EN 301 549 versie 4.1.1
De EN-standaard gaat nog een stap verder als WCAG en bestempelt de volgende zaken als non-interferentie criteria in hoofdstuk 14:
- 5.1.3.5 Speech output automatic interruption
- 5.1.3.10 Non-interfering audio output
- 5.1.6.2 Input focus
- 5.2 Activation of accessibility features
- 9.2.1.2, 10.2.1.2, 11.2.1.2 No keyboard trap
- 9.2.2.2, 10.2.2.2, 11.2.2.2 Pause, stop, hide
- 11.5.2.1 Platform interoperability with assistive technologies
- 11.6.1 User control of accessibility features
- 11.6.2 No disruption of accessibility features
- 13.1.3 Relay service requirements (all)
De extra criteria zijn voornamelijk eigen criteria (en komen dus niet uit de WCAG). 2.1.2 Geen toetsenbordval en 2.2.2 Pauzeren, stoppen, verbergen komen we wel tegen, als criterium in hoofdstukken 9 (web), 10 (documenten) en 11 (software). Criterium 2.3.1 Drie flitsen of beneden drempelwaarde staat niet in de lijst, maar wordt vermeld als een van de safety and security requirements voor hoofdstukken 9, 10 en 11. Dat betekent dat de EN-standaard 1.4.2 Geluidsbediening “schrapt” en niet ziet als non-interferentie criterium, aangezien hoofdstuk 14 erg specifiek is beschreven.
Conclusie
Hopelijk brengt dit wat duidelijkheid bij het testen op basis van EN 301 549! Ik ben vooral blij dat de nieuwste versie een hoop heeft verduidelijkt en het nu 100% duidelijk is dat non-interfentie wel degelijk bekend, erkend en zelfs gebruikt wordt in deze standaard! Dat is belangrijk voor iedereen die zich bezighoudt met toegankelijkheid.
